Als schrijnwerker heeft u een milieuvergunning nodig:
- VLAREM I geeft aan welke melding u moet doen of welke vergunning u nodig heeft en welke procedure u hiervoor moet volgen;
- VLAREM II bepaalt aan welke milieuvoorwaarden u moet voldoen bij de exploitatie van uw bedrijf.
Naast de VLAREM-wetgeving zijn ook nog een aantal andere bepalingen van belang voor uw bedrijf: - De wetgeving omtrent de milieucoördinator; - De verplichtingen inzake bedrijfsafvalstoffen (bouw- en sloopafval) - De verplichtingen inzake verpakkingsafval - De praktische gevolgen van het bodemsaneringsdecreet en VLAREBO
Tip van de Confederatie Bouw – Vlaamse Schrijnwerkers Heeft u vragen omtrent de milieuwetgeving of milieuvoorwaarden die op uw bedrijf van toepassing zijn? Aarzel niet ons te contacteren, wij helpen u graag! Deze gratis dienstverlening is enkel voor leden van de organisatie.
| Regel of Wet | Wanneer van toepassing? |
| a) VLAREM I: de melding of de milieuvergunning |
Nagenoeg iedere schrijnwerker dient voor zijn bedrijf een melding te doen of een milieuvergunning aan te vragen in het kader van het Vlarem. |
| b) VLAREM II: milieuvoorwaarden bij de exploitatie |
Eenmaal een melding gedaan of een milieuvergunning verkregen, dient een schrijnwerker de nodige milieuvoorwaarden na te leven. Deze voorwaarden zijn terug te vinden in het Vlarem II. |
| c) Integrale Milieuvoorwaarden (nog niet in werking) |
Via het systeem van de integrale milieuvoorwaarden zouden bepaalde bedrijven niet langer onder de meldings- of milieuvergunningsplicht van het Vlarem vallen doch zouden ze via een aparte meldingsplicht een pakket integrale milieuvoorwaarden dienen na te leven. |
| d) Milieucoördinator |
In principe moet ieder bedrijf met een klasse 1-vergunning vanaf 4 juli 1996 verplicht een milieucoördinator aanstellen. De meeste schrijnwerkers zijn echter vrijgesteld van deze verplichting, tenzij u:
- Een verbrandingsinstallatie bezit met een nominale verbrandingscapaciteit vanaf 1 ton/uur;
- Behandeld houtafval verbrandt;
- Een spuitcabine heeft met een geïnstalleerd vermogen van meer dan 200 kW. |
| e) Bedrijfsafval (bouw- en sloopafval) |
Iedere schrijnwerkerij produceert naast zijn producten ook afval. Bij elke houten deur, raam of meubel, dat geproduceerd wordt is er afval van stukhout, houtkrullen, e.d.m. Het lakken van de deuren, ramen of meubels levert lege vaten of lege verfblikken op. Daarnaast kan een schrijnwerkerij in zijn atelier nog met diverse andere afvalstoffen geconfronteerd worden, bijvoorbeeld metalen, plastiek, resten van solventen zoals white spirit, thinner, e.d.m. Elke schrijnwerkerij heeft dus te maken met afval en zal de ingewikkelde wetgeving hieromtrent moeten naleven. |
| f) Verpakkingsafval |
Iedere schrijnwerkerij krijgt bepaalde producten geleverd, bijvoorbeeld basismaterialen, halfafgewerkte producten, verven, vernissen of andere houtbehandelingsproducten, nagels, schroeven, bevestigingssystemen, e.d.m. Al deze producten worden geleverd in één of andere verpakking, bijvoorbeeld kartonnen dozen, metalen blikken of vaten, plastic emmers, wikkelfolie, spanbanden, e.d.m. Als schrijnwerker kan u eveneens zelf afgewerkte producten verpakken met het oog op de levering aan klanten of de bescherming ervan tijdens het transport. In ieder geval zal u als schrijnwerker te maken krijgen met verpakkingsafval en bijgevolg ook met de wetgeving die hieromtrent van kracht is. |
| g) Bodemsaneringsdecreet en VLAREBO |
Het Bodemsaneringsdecreet en het Vlarebo hebben als hoofddoel enerzijds de bestaande bodemverontreiniging aan te pakken en anderzijds te vermijden dat er nieuwe bodemverontreiniging veroorzaakt wordt. Daarom dienen sommige bedrijven op bepaalde ogenblikken na te gaan of er bodemverontreiniging aanwezig is op hun terrein. Zo ja, zullen er acties ondernomen moeten worden. |
|